De kazuifels van Matisse

MatisseOntwerpRodeKazuifel

Ontwerp voor rood kazuifel (boven voorkant, onder de achterkant), ontworpen voor de Rozenkranskapel van de zusters dominicanessen van Vence, laat 1950-1952 (vervaardigd in 1952) Gouache op papier, uitgeknipt en opgeplakt op papier. MOMA New York.

MatisseAchterkant

In de ornamentatie zijn er geen regels volgens de liturgie en Matisse werd geheel vrijgelaten in de applicaties. Zie meer op static.digischool.nl

Tot 16 augustus 2015.

Ik ben onder de indruk van het feit dat een pater het aangedurfd heeft om Matisse priestergewaden te laten ontwerpen. Onvermoede moderne gekkigheid in de kapel!

Maurice Rummens van het Stedelijk Museum heeft er een informatief artikel over geschreven. Zie hieronder een deel daarvan en de rest op www.stedelijk.nl

“Met Pinksteren wordt in een kapel in het Zuid-Franse Vence, waarvoor Matisse de gehele decoratie maakte, een zelfde rode kazuifel (priestergewaad voor de eredienst) gedragen als te zien is op de tentoonstelling De oase van Matisse in het Stedelijk Museum. De oorspronkelijke uitvoering hangt samen met het stralende ontwerp in gouache en andere kazuifels op de bovenverdieping van de Matisse-tentoonstelling. In de kapel worden latere uitvoeringen gedragen. Het rood symboliseert het vuur van de Heilige Geest, die op de gelovigen neerdaalt, wat met Pinksteren wordt gevierd.

Opmerkelijk is dat het project van die kapel toevallig tot stand kwam. Een jonge leerling-verpleegster die Matisse verzorgt en ook zijn model is, gaat het klooster in bij de zusters dominicanessen. Ze wordt ziek en komt voor herstel naar Vence, ontmoet de daar woonachtige Matisse weer en wordt opnieuw zijn pleegzuster. In 1947 toont ze Matisse een eigenhandige schets voor een glas-in-loodraam en vertelt ze hem dat de zusters dominicanessen van Vence een nieuwe kloosterkapel willen bouwen. Matisse is nooit aangesloten geweest bij een kerkgenootschap en heeft geen ervaring met religieuze kunst, maar hij zegt dat hij dat raam zelf wel wil ontwerpen. Het decoratieve is namelijk een sleutelbegrip in zijn werk. Als zij vervolgens een jonge broeder dominicaan met belangstelling voor architectuur ontmoeten, die ook voor herstel naar Vence is gekomen, ontstaat het plan om Matisse de hele kapel te laten decoreren. De kazuifels zijn het laatst aan de beurt.

De knipselontwerpen voor de kazuifels, die traditioneel elk een andere kleur hebben (behalve rood, zijn ze groen, wit, paars, zwart en goudkleurig, afgestemd op de kerkelijk seizoenen), hingen in 1952 nog bij Matisse thuis aan de muur. Ze werden door bezoekers als Picasso bewonderd en vergeleken met ‘grote kleurrijke opgeprikte vlinders’. Alfred Barr, auteur van het eerste standaardwerk over Matisse, rekende ze tot ‘de puurste en stralendste werken die Matisse ooit maakte’. Op de tentoonstelling kan men zien hoe verfijnd deze gewaden onder supervisie van Matisse zijn uitgevoerd door de Ateliers d’Arts appliqués van de zusters dominicanessen in Cannes, met stoffen die Matisse zelf had uitgezocht.

Het rode kazuifel wordt niet alleen gedragen op feestdagen van de Heilige Geest, maar ook op gedenkdagen van heiligen die de marteldood zijn gestorven. Rood staat dan voor het bloed van de martelaren. Matisse heeft daarom aan de voorkant onder meer zwart-gele kruisjes afgebeeld en aan de achterkant zwart-gele x-vormen. Die laatsten associeerde hij zelf met ‘muskieten die het leven ondraaglijk maken’. Het rood staat daar voor een ‘verschroeiend hitte op een eiland omringd door een warme golfstroom’, de grotere gele banen voor ‘riet en bamboe’. Zo gebruikte hij voor elk kazuifel symbolen, die voor zijn gevoel het sterkste zijn functie uitdrukten. Tevoren had pater Couturier, de drijvende kracht achter de inschakeling van moderne kunstenaars voor de modernisering van de kerkgebouwen in Frankrijk, bevestigd dat Matisse vrij was om zelf symbolen te bedenken.

De decoraties op deze gewaden zijn afgestemd op de kleurrijke composities van de glas-in-loodramen. Bij het dragen bewegen de kleuren in de ruimte. Samen met de weerspiegeling van de kleuren van het glas op de witte vloer en muren bewerkstelligt dit het gesamtkunstwerk-effect van de kapel, precies zoals Matisse het heeft bedoeld. In het benedencircuit van de tentoonstelling zijn ontwerpen te zien voor de Maria en kind-voorstelling die Matisse uiteindelijk met zwarte emailverf op witte muurtegels van de kapel aanbracht. Ook hier versterkt de weerspiegeling van de kleuren van de glas-in-lood-ramen op die tegels het totaaleffect. […]”

In de filmzaal krijg je een indruk van het ontwerpproces. Matisse knipt uit de losse hand en bepaalt de compositie door vanuit zijn rolstoel met een lange stok aan te wijzen waar zijn bloedmooie assistente het papier op de muur moet spijkeren. [PB]

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *